Entertainment

In Kinderboekenweekgeschenk zit moeder hoofdpersoon in een rolstoel | Present

Sanne RooseboomZe debuteerde zeven jaar geleden pas als kinderboekenschrijfster en tekent nu al voor het Kinderboekenweekgeschenk, waarin oudere tovenaars hun magie kwijtraken. Sanne Rooseboom vond juist haar fantasie terug.


Jeroen Schmale


Laatste replace:
08:18

Sanne Rooseboom (44) heeft aan haar Rotterdamse keukentafel internet uitgebreid verteld over het verliezen en terugvinden van fantasie, over haar stormachtige entree in de kinderboekenwereld en over een oerkracht bij het schrijven, als ze een sprintje trekt naar de boekenkast. Twee tellen later opent de auteur van het Kinderboekenweekgeschenk van dit jaar, Ravi en de laatste magie, een ander boek van eigen hand: het eerste deel van het Ministerie van Oplossingen, haar daverende doorbraak.

‘Voor Minte’, staat op de eerste pagina. ,,Toen ik 23 was verloor ik mijn jongste zusje Minte aan leukemie. Als je haar naam intoetst op Fb of Google zie je geen resultaten, de on-line wereld ontstond pas na haar overlijden. Toen ik dit voorin het boek liet zetten, vond ik het geweldig dat haar naam 1000 keer gedrukt werd. Nu zitten we inmiddels op 70.000 exemplaren, dat is zo bijzonder.’’

Aan het eerste deel van het Ministerie van Oplossingen werkte Rooseboom met flinke tussenpozen jarenlang en het was zeven jaar geleden niet eens haar debuut als kinderboekenschrijfster. Dat was Jippie! een humeurig sprookje, over een land waar iedereen altijd vrolijk is, naast een land waar iedereen steevast humeurig rondloopt.

Sanne Rooseboom, schrijfster van het Kinderboekenweekgeschenk. © Jan de Groen

Dankzij sprookjesgenre keerde fantasie terug

Het sprookjesgenre bleek ideaal voor Rooseboom om de fantasie weer terug te vinden, die ze als tiener naar eigen zeggen kwijt was geraakt. ,,Deels is dat volgens mij leeftijdsgebonden. Ik bezoek veel scholen en als ik in groep 5, 6 of seven vraag in wat voor een land de leerlingen willen wonen, hoor ik de meest fantastische antwoorden. Vanaf groep 8 beginnen ze eerst naar elkaar te kijken voordat ze antwoord geven. Vanaf de middelbare college werd mijn fantasie ook ondermijnd door wat ik maar ‘het systeem’ noem. Die vreselijke leeslijst vol boeken die je móest lezen, waarna je moest voldoen aan de norm van de docent; je moest het thema eruit halen wat hij eruit haalde. Dat ging dan om lezen, maar ik kan me niet voorstellen dat het geen impact heeft gehad op mijn fantasie. Hetzelfde had ik in die jaren in musea. Daar wilde ik zelf ronddwalen, maar dan móest ik weer met een vragenlijst naar een bepaald kunstwerk kijken.’’

Rooseboom bleef schrijven in dagboekvorm en later als journalist voor verschillende media, een tijdlang als correspondent vanuit Londen. ,,Ik blogde ook veel en ik merkte dat ik daarin steeds meer de behoefte kreeg er van alles aan toe te voegen, dat niet echt gebeurd was. Toen merkte ik: als ik echt fictie wil schrijven, dan moet ik er nu voor gaan. Ik volgde cursussen in Engeland, omringde me bij terugkeer in Nederland met mensen die dezelfde ambitie hadden en merkte bij het schrijven van het sprookje dus dat ik mijn fantasie ongebreideld op het verhaal los kon laten gaan. Tussendoor werkte ik dus al jaren aan het Ministerie van Oplossingen.’’

Sanne Rooseboom, schrijfster van het Kinderboekenweekgeschenk, thuis in Rotterdam.
Sanne Rooseboom, schrijfster van het Kinderboekenweekgeschenk, thuis in Rotterdam. © Jan de Groen

Met die boekenreeks – volgend jaar verschijnt het zesde deel – vestigde Rooseboom haar naam. Ook haar boek Mot en de Metaalvissers werd vorig jaar juichend ontvangen in Nederland en Vlaanderen, met nominaties voor de Woutertje Pieterse Prijs en de Vlaamse literatuurprijs de Boon. En toen werd bij Rooseboom aangeklopt met het eervolle verzoek dit jaar het Kinderboekenweekgeschenk te schrijven. Hoofdpersoon Ravi komt daarin met haar moeder en broertje Timo in een huis vol oudere tovenaars te wonen, die hun magische krachten hopeloos af voelen nemen.

,,Als ik hiervandaan naar de supermarkt wandel, kom ik langs een verzorgingshuis. Bij mooi weer zitten de bewoners vaak buiten in het zonnetje, zo kwam ik op dit idee. Weet je wat het is bij gebouwen in binnensteden: je hebt geen idee hoe diep ze zijn. Dat voedt toch je fantasie?’’

‘In elke klas zitten wel kinderen met chronisch zieke ouder’

Al in de eerste zinnen wordt duidelijk dat Ravi’s moeder vanwege reuma in een rolstoel zit. Het is geen groot thema, maar het wordt ook niet onbenoemd gelaten. ,,Ravi’s moeder lijkt verder helemaal niet op mijn moeder, maar ook zij zit vanwege reuma in een rolstoel. En ik denk dat dit iets is waar veel kinderen aan kunnen relateren: in elke klas zitten wel een paar kinderen met een chronisch zieke ouder. Ik vind het mooi om zoiets te benoemen, zonder het al te groot te maken. Mot uit Mot en de Metaalvissers is een mollig meisje. Wilde ik ook heel graag, zonder het verder tot thema van het boek te maken.’’

Het thema van de Kinderboekenweek is Bij mij thuis. In het geval van Rooseboom: een groot huis in Rotterdam, waarin ze woont met echtgenoot Frank en hun dochters van 11 en 8. Het moeder- en schrijverschap staan los van elkaar, zegt ze aan haar keukentafel. Maar ook weer niet helemaal. ,,Ik wilde altijd twee dingen worden: moeder en schrijfster. Er is een korte tijd geweest dat onduidelijk was of wij kinderen konden krijgen. Toen mijn oudste geboren was, gaf me dat zo’n enhance. Wat ik heel graag wilde, kon dus blijkbaar ook gewoon gebeuren. Ik vond dat ik moest stoppen met miepen en gewoon moest gaan schrijven. Terwijl m’n dochter nog een child was, in de slechtst mogelijke tijd dus, heb ik met een oerkracht en een oeropluchting driehonderd woorden per avond geschreven.’’

Related Articles

Back to top button